Archief voor de categorie 'Uncategorized'

Ware geruchten op Twitter, nieuws via het ANP

Op dinsdag 3 november twitterde de Tilburgse wethouder Jan Hamming dat Wim van de Donk, Commissaris van de Koningin in Brabant, op 4 november bekend zou maken wie de nieuwe interim-burgemeester van Tilburg wordt. Daarmee praatte hij voor zijn beurt. Volgens het Brabants Dagblad reageerde de provincie verbaasd op het bericht omdat het precaire proces nog niet was voltooid en bijvoorbeeld de fractievoorzitters in de Tilburgse gemeenteraad nog moesten worden geraadpleegd. Een reconstructie van de online dynamiek rondom de benoeming van een interim-burgemeester.

‘Morgen waarnemend burgemeester Tilburg bekend gemaakt’ twitterde wethouder Hamming (@wethouderjan) op dinsdagmorgen om 08.39 uur. Binnen een aantal uren werd het bericht acht keer geretweet en opgepikt door een verslaggever van het Brabants Dagblad. Deze krant meldde om 12.20 uur dat een woordvoerder van de provincie het bericht inmiddels had bevestigd. Wel was de provincie verbaasd over het feit dat Hamming het nieuwtje al naar buiten had gebracht. 

ANP eerder dan Twitter
Een dag later bleek dat Hamming inderdaad gelijk had. Ivo Opstelten werd benoemd als interim-burgemeester. Journalist Siebe Sietsma (@SiebeSietsma, Netwerk) twitterde om 10.36 uur als eerste over de benoeming van Opstelten. In de loop van de dag werden er ruim 250 berichten over de benoeming van Opstelten getwitterd. Sietsma had overigens niet de primeur: in zijn tweet vermeldde hij netjes dat het ANP zijn bron was. Twitter verspreid dus ware geruchten, maar de echte benoemingen worden nog gewoon door het ANP de wereld in gebracht.

‘Twitter nuttig instrument ambtenaar’

LinkedIn, Twitter, Facebook. Ambtenaren bespraken deze week de gevaren én voordelen van sociale netwerken. ‘Je kunt er hartstikke veel infomatie halen.’

Twitter, tja. Je leest erover, kent mensen die het doen, dus op een dag meld je je ook aan. In je eerste tweet (een bericht op Twitter van maximaal 142 tekens) schrijf je iets over een vergunningsprocedure waar je mee bezig bent. En zie: binnen twee minuten een reactie van een onbekende. De anekdote kwam dinsdag voorbij op een discussieavond georganiseerd door adviesbureau Politiek Online. Centrale vraag: hoe moeten ambtenaren omgaan met Facebook, LinkedIn, Twitter en andere sociale netwerken? En moeten er regels komen voor het gebruik van dergelijke fora door ambtenaren?

De gemeenteambtenaar uit de ankedote schrok zo van de reactie dat hij direct weer van Twitter verdween. Zonde, vindt Ton Baetens van Politiek Online. ‘Ambtenaren zouden zich juist moeten laten zien op dergelijke fora. Het voordeel is dat je kunt zien wie wat zegt, het is veel opener. Op zo’n forum kan je dingen uitleggen en laten zien waar je mee bezig bent.’

Zenuwachtig
Toch worden kabinetsleden en wethouders een beetje zenuwachtig van al die in het wilde weg communicerende ambtenaren, meldden aanwezigen. Een ondoordachte tweet zou de politieke baas immers in verlegenheid kunnen brengen. Een impulsief bericht is zo geplaatst, bleek eerder toen VVD-Kamerlid Arend Jan Boekestijn Chinezen in een tweet spleetogen noemde. Een rel was geboren.

Jack Biskop, enthousiast Twitteraar en Tweede Kamerlid namens het CDA, ziet niets in een speciaal reglement, zei hij bij de bijeenkomst. ‘Je moet voorzichtig met je informtie omgaan, maar dat lijkt me niet afhankelijk van het medium. Je moet geen stukken laten slingeren en ook geen gevoelige dingen op Twitter zetten, daar heb je geen reglement voor nodig.’

Het lijkt hem een prima idee wanneer een ambtenaar volop mee zou doen op een forum waar bijvoorbeeld melkboeren met elkaar discussieren over melkquota. ‘Dan weet je wat er leeft, wat de discusies zijn en er is veel informatie te halen.’ Ricardo Varma is als trainee bij de gemeente Zoetermeer bezig met de vraag hoe de moderne communicatiemiddelen ingezet kunnen worden. Hij ziet vooral intern veel mogelijkheden. ‘Op een intern sociaal netwerk kun je discussieren, informatie opslaan en stukken gemakkelijk terugvinden. Informatie wordt gemakkelijker gedeeld en discussie is zichtbaar. Ik heb er niks op tegen om in een zaaltje met een beamer te gaan zitten en naar een presentatie te kijken, maar dit sluit veel beter aan bij hoe jonge mensen communiceren.’

Een verslag van de bijeenkomst is te vinden op search.twitter.com, zoek op #mnt

Bron: Sandra Olsthorn, www.binnenlandsbestuur.nl

YouTube tegen jeugdcriminaliteit Amsterdam

Stadsdeelvoorzitter Elvira Sweet van Amsterdam Zuidoost wil YouTube inzetten om criminaliteit onder jongeren tegen te gaan. De overheid moet volgens haar niet schromen onconventionele middelen in te zetten, maar de doelgroep benaderen via hun eigen kanalen.

Schietincidenten
In de afgelopen drie maanden vonden in Zuidoost dertien schietincidenten plaats, waar vooral jongeren bij betrokken waren. Bij een van die incidenten was rapper Lexxxus betrokken, die gewond in het ziekenhuis belandde. Op YouTube is een filmpje te zien waarin hij vanuit zijn ziekenhuisbed vertelt dat een woordenwisseling de aanleiding was voor de schietpartij. Het filmpje is inmiddels bijna 29 duizend keer bekeken.

Verkeerd rolmodel
“Jongeren gebruiken mensen zoals Lexxxus te vaak op een verkeerde manier als rolmodel”, zegt Sweet. “Ik wil ook tragische verhalen tonen, maar juist om te benadrukken dat het heel slecht kan aflopen met criminelen. De filmpjes zijn bedoeld als preventiemiddel. Onze ambitie is groot, maar we hebben ook politie en justitie hard nodig om deze jongeren aan te pakken.”

Maar, vraag ik mij dan af, gaat zo’n eigen YouTube-kanalen een succes worden? Je kunt wel aanwezig zijn op de platformen waar je doelgroep is, maar is daar ook aandacht voor? Zijn jongeren geïnteresseerd in een filmpje van de gemeente? Kort door de bocht gezegd: waar zullen ze eerder naar kijken” een filmpje van een schietincident in hun woonwijk of een voorzitter van het stadsdeelkantoor die vertelt dat de jongeren zich netjes moeten gedragen? Ik denk het eerste.

Hoe wel?
Maar dan volgt de logische vraag: hoe dan wel? De stap om YouTube filmpjes in te zetten om het gedrag van jongeren te veranderen is veel te groot. Je slaat kleine stapjes over. Zorg eerst dat je met je doelgroep – ook op andere plekken – in contact komt. Laat zien dat je het beste met hen voor hebt. Laat zien dat je een wijk wilt maken waar zij zich prettig voelen. Als je dat contact legt (wat ook al een grote opgave is, begrijp me niet verkeerd) kun je met elkaar informatie uitwisselen en samen de wijk oppakken. Vaak is de inzet van een boegbeeld een goede actie. Soms is dat rapper Lexxxus, maar het kan ook de burgermeester zijn, of de voorzitter van het stadsdeel. Daarmee toon je betrokkenheid. Als blijkt dat Lexxxus inmiddels zo’n 29.000 keer bekeken is, dan is het misschien zaak om als gemeente op die plek ‘mee te doen’. Bijvoorbeeld door in de comments een link te zetten, naar een eigen filmpje en aan te geven, hoe het stadsdeel er zorg voor wil dragen dat dergelijke schietincidenten minder voor gaan komen. Of daar eenvoudig de vraag te stellen: wat vindt u van het filmpje? Met een eigen kanaal op YouTube ben je er in ieder geval nog niet.

Je kunt dit ook vergelijken met commerciële bedrijven die hun producten proberen te verkopen. Die openen ook YouTube-accounts en laten daar zien waarom juist hun product zo geweldig is. Dit is niet de enige manier om je product bekend te maken, het is zelfs niet zo veel effect. Sterker is de consument raadplegen over hoe je jouw product kunt verbeteren. Voldoe aan de wensen van de consument. Tegenwoordig raadpleegt iedereen een KiesKeurig of Consumentbond voordat hij of zij een product koopt. Zorg er dus voor dat consumenten positief over je product schrijven en beoordelen. Dan zijn andere consumenten eerder geneigd om dit product ook aan te schaffen.

De overheid als merkmaker

‘Een belangwekkend experiment’, zo noemt Jeroen Sprenger, directeu Overheidscommunicatie Nieuwe Stijl de cybercrime-campagne die aankomende maandag wordt gelanceerd. Op het eerste gezicht lijkt het gewoon een overheidscampagne die mensen wijst op de risico’s die samenhangen met het gebruik van internet. De lading zit hem in dit geval ook niet zozeer in het onderwerp, maar in het feit dat het de allereerste uiting is van de Overheidscommunicatie Nieuwe Stijl (ONS).

Dit traject werd aan het begin van het kabinet Balkenende IV in gang gezet met als inzet: minder campagnes, effectievere campagnes en een substantiële bezuiniging. Sprenger:  ‘Concreet is besloten dat het aantal overheidscampagnes rijksbreed terug gaat van 30 naar 20 miljoen euro. Dat levert een bezuiniging op van ongeveer 10 miljoen.”

Uiteindelijk hebben ze besloten de campagnes onder groepsthema’s onder te brengen zodat er merken kunnen ontstaan waardoor de boodschap nog helderder kan overkomen. De vijf thema’s zijn: veiligheid, welvaart, duurzaamheid, gezondheid en maatschappelijke samnehang. Alle subcampagnes die onder deze thema’s vallen worden ‘gebrand’ met het koepelthema. De overheid wordt dus merkenbouwer.

Maarten van Rooij, plaatsvervangend directeur communicatie van Justitie en voorzitter van het brandteam Veiligheid: ‘Het lijkt op een merkenoperatie die commerciële bedrijven ook uitvoeren. Je kunt voor alle losse producten nieuwe campagnes maken of je kunt het doen onder de vlag van een groepsmerk. De efficiency moet omhaag en dat hopen we te behalen door de 1+1=3 gedachte. Als je een krachtig themaconcept hebt waar alle ministeries gebruik van maken dan kost dat gewoon minder geld.’

Het hele artikel is te lezen in de Adformatie van 23 juli 2009.

Bron: Adformatie, Susanne van Nierop

De kracht van beeld

In den beginne was het woord, nu is beeld een steeds belangrijker element voor internet. Beeld zegt meer dan duizend woorden. Bewegend beeld nog duizend keer zoveel. Op internet worden bewegende beelden steeds belangrijker en aantrekkelijker om informatie over te brengen. Politiek Online is bezig met het maken van filmpjes voor verschillende websites.

YouTube is één van de grootste succesformules van de afgelopen jaren op het internet. Dagelijks worden er duizenden filmpjes ge-upload en bekeken. Een filmpje brengt zowel informatie als emotie over. Het geeft meer gevoel bij de informatie die in een filmpje wordt overgebracht.

Over de impact van YouTube beginnen de deskundigen hier en daar te twijfelen. Waar de één zijn twijfel uit over het businessmodel – YouTube kost door de enorme hausse aan filmpjes veel geld – zijn anderen juist kritisch door die massaliteit. Hoe vind je in het woud aan video’s die ene zeer fraaie video? ‘Information overload’ is an sich al een issue van internet, maar gaat des te harder op voor YouTube. Andere criticasters stellen dat de meeste video’s getuigen van de alledaagse banaliteit. Politiek Online ziet kansen in het inrichten van eigen kanalen op YouTube: het onder de aandacht brengen van de video’s gebeurt met behulp van professionele en sociale netwerken.

Voor het Ruimteforum brengen wij verschillende stedelijke netwerken in beeld. Er bestaan zes Nationale Stedelijke Netwerken in Nederland: Randstad, Groningen-Assen, Twente, Arnhem-Nijmegen, BrabantStad en Limburg-Zuid. De eerste heeft de afgelopen tijd veel onder de aandacht gestaan in het kader van de Structuurvisie Randstad 2040. De anderen verdienen ook de aandacht, vindt VROM. Het ministerie wil laten zien wat er in deze regio’s gebeurt. Daarom zijn wij als redactie van Ruimteforum de komende maanden met camera op pad om hoog betrokkenen te interviewen en de regio in beeld te brengen.

Ook voor de website van Handvest Burgerschap zijn wij op pad gegaan om een aantal prominente personen aan het woord te laten over ‘burgerschap’. Doordat zij in een minuut een stevige stelling neerzetten, zullen bezoekers worden uitgedaagd daarop te reageren.

Succesfactoren voor web 2.0

Het internationale organisatieadviesbureaus McKinsey&Company heeft zes kritische succesfactoren samengesteld voor web 2.0. De bestedingen voor Web 2.0 tools door bedrijven wordt geschat op 1 miljard dollar. De komende vijf jaar zal deze markt meer dan 15% per jaar groeien.

  1. Transformatie naar een bottom-up cultuur vereist hulp van de top
    Het voorbeeld van Lockheed Martin wordt gegeven waar de CIO een leidende rol heeft vervuld en blogs en wiki’s in het bedrijf groot heeft gemaakt.
  2. Gebruikers bepalen succesvol gebruik, maar voor opschaling is hulp nodig
    Los van leiderschap wordt opschaling als taak van het hogere management. Het bepalen van welke technologie is uitdrukkelijk een rol voor op de werkvloer.
  3. Integreer web 2.0 in workflows
    Web2.0 redt het niet als los project maar moet echt aansluiten op de business. Zo werden wiki’s bij Pixar pas populair toen er video werd toegevoegd.
  4. Motiveer intrinsiek. Geld als motivator kent zo zijn beperkingen
    Bedrijven zouden op zoek moeten naar meer intrinsieke motivaties zoals ego en persoonlijke behoeften.
  5. Targeting van deelnemers
    Kritieke massa en focus op specifieke groepen mensen zijn belangrijk om over na te denken. Niet elke groep is geschikt voor elke functie.
  6. Risico: balans tussen vrijheid en controle
    Succesvolle participatie gaat altijd over een authentieke dialoog met deelnemers. Te veel controledrang of angst staat succes in de weg, maar laissez-faire is zeker niet wenselijk.

(Met dank aan Dutch Cowboys voor de vertaalde zes factoren)

‘In nomine Patris’ populair op internet

Sinds de lancering van het YouTube kanaal ‘The Vatican’ (This channel offers news coverage of the main activities of the Holy Father Pope Benedict XVI and of relevant Vatican events)heeft deze al meer dan 750.000 bezoekers gehad.

De woordvoerder van het Vaticaan, Jezuïet Federico Lombardi, is blij met dit resultaat. Echter komt dit hoge aantal waarschijnlijk door de buzz rondom het kanaal. Volgens het meetstation TubeMogul is het bezoekersaantal gedaald van 90.400 naar 31.500 per dag.

Maar toch, welke geloofsstroming volgt?!

Militairen krijgen eigen social network?

mindef)

Militairen tijdens landmachtdagen 2006 (bron: mindef)

Beroepsvereniging FVNO-MHB (Federatie van Nederlandse Officieren & Middelbaar en Hoger Burgerpersoneel) laat een corporate social network ontwikkelen voor Defensiepersoneel. Waarom? OM krachten en kennis te bundelen, te netwerken met oud-militairen die inmiddels een carrière in het bedrijfsleven hebben en om de arbeidsmobiliteit te ondersteunen.

De CSN (corporate social network) wordt ontwikkeld door KREM. Dit is de eerste keer dat ze een overheidsopdracht uitvoeren. Thijs Sprangers, mede-oprichter en partner van KREM:

Als je weet wat Barack Obama tijdens zijn verkiezingscampagne heeft gedaan met Facebook en andere sociale media, dan kan dat toch ook interessant zijn voor politieke partijen hier.

Het netwerk gaat eerst in een test-fase van start, met een groep van 50 gebruikers. Eerst kritische massa, dan de vaart erin, lijkt het devies. Sprangers verwacht eind mei de site open te kunnen gooien.

Bron: website KREM

BBC: “China censureert inauguratiespeech Obama”

President Barack Obama giving his inaugural speech, 20th Jan

President Barack Obama giving his inaugural speech, 20th Jan

China heeft volgens de BBC op verschillende websites de tekst van de inauguratiespeech van Obama gecensureerd. En als Obama het had over communisme, dan schakelde de Chinese staats-TV over naar de studiocommentatoren.

De Engelse tekst die circuleert, wordt overigens gewoon gedoogd. Alleen in de Chinese vertalingen zijn er bepaalde passages weggelaten.

Meer lezen? Lees dit artikel op de BBC website…

Geen webeisen voor lagere overheden

Er komen geen verplichte webrichtlijnen voor lagere overheden. Dat heeft staatssecretaris Ank Bijleveld (CDA) van Binnenlandse Zaken laten weten in een brief aan de Tweede Kamer. 

Bijleveld beschouwt de online dienstverlening van provincies en gemeenten als hun eigen verantwoordelijkheid. De websites van de Rijksoverheid moeten wel voldoen aan 125 kwaliteitseisen. Deze moeten de overheidsdienstverlening verbeteren.

De staatssecretaris dringt er wel bij de lagere overheden op aan meer voortgang te boeken bij het doorvoeren van de kwaliteitseisen. Een verplichting gaat haar echter te ver. In de brief kondigde Bijleveld eveneens aan dat er een website komt die overheden moet stimuleren web 2.0-toepassingen te gaan gebruiken.

Bron: http://www.nu.nl/internet/1899349/geen-webeisen-voor-lagere-overheden.html

Volgende Pagina »