De kracht van beeld

In den beginne was het woord, nu is beeld een steeds belangrijker element voor internet. Beeld zegt meer dan duizend woorden. Bewegend beeld nog duizend keer zoveel. Op internet worden bewegende beelden steeds belangrijker en aantrekkelijker om informatie over te brengen. Politiek Online is bezig met het maken van filmpjes voor verschillende websites.

YouTube is één van de grootste succesformules van de afgelopen jaren op het internet. Dagelijks worden er duizenden filmpjes ge-upload en bekeken. Een filmpje brengt zowel informatie als emotie over. Het geeft meer gevoel bij de informatie die in een filmpje wordt overgebracht.

Over de impact van YouTube beginnen de deskundigen hier en daar te twijfelen. Waar de één zijn twijfel uit over het businessmodel – YouTube kost door de enorme hausse aan filmpjes veel geld – zijn anderen juist kritisch door die massaliteit. Hoe vind je in het woud aan video’s die ene zeer fraaie video? ‘Information overload’ is an sich al een issue van internet, maar gaat des te harder op voor YouTube. Andere criticasters stellen dat de meeste video’s getuigen van de alledaagse banaliteit. Politiek Online ziet kansen in het inrichten van eigen kanalen op YouTube: het onder de aandacht brengen van de video’s gebeurt met behulp van professionele en sociale netwerken.

Voor het Ruimteforum brengen wij verschillende stedelijke netwerken in beeld. Er bestaan zes Nationale Stedelijke Netwerken in Nederland: Randstad, Groningen-Assen, Twente, Arnhem-Nijmegen, BrabantStad en Limburg-Zuid. De eerste heeft de afgelopen tijd veel onder de aandacht gestaan in het kader van de Structuurvisie Randstad 2040. De anderen verdienen ook de aandacht, vindt VROM. Het ministerie wil laten zien wat er in deze regio’s gebeurt. Daarom zijn wij als redactie van Ruimteforum de komende maanden met camera op pad om hoog betrokkenen te interviewen en de regio in beeld te brengen.

Ook voor de website van Handvest Burgerschap zijn wij op pad gegaan om een aantal prominente personen aan het woord te laten over ‘burgerschap’. Doordat zij in een minuut een stevige stelling neerzetten, zullen bezoekers worden uitgedaagd daarop te reageren.

Beter schrijven door gebruik twitter

Zelf ben ik redacteur van meerdere websites, maar ik ben geen Twitteraar. Deze week las ik een artikel van Jennifer Blanchard op Copyblogger.com. Daarin schrijft zij dat het gebruik van Twitter je een betere schrijver/redacteur maakt.

Een ‘Tweet’ mag maar uit 140 karakters bestaan. Dat is voor de meeste mensen die inhoudelijk iets op internet willen plaatsen weinig. Zij komen vaak in de knoop. De tekst is te lang waardoor ze hun punt niet goed kunnen maken. Twitter zorgt er dus voor dat je moet gaan puzzelen met je tekst om toch te kunnen zeggen wat je wilt zeggen. Daar komt bij kijken dat het een niet onsamenhangende tweet wordt. Wat je wilt is een heldere, korte tekst. Dat is niet makkelijk, maar oefening baart kunst.

Iedere schrijver/redacteur moet in staat zijn om zijn/haar eigen werk te kunnen redigeren. Door Twitter te gebruiken leer je jezelf aan om teksten korter, maar met meer inhoud op te schrijven. “Het lijkt wel een spel”, schrijft Blanchard. “Een spel waarbij je flink in je eigen vocabulaire moet graven om een tekst korter, maar wel begrijpelijk op te schrijven.”

Toekomstbeeld sociale netwerken

Het sociale web zal in de toekomst transformeren in een netwerk dat bestaat uit portable sociale communities. Deze zullen in qua relevantie en invloed de traditionele websites voorbij streven. Dat blijkt uit een rapport geschreven door Jermiah Owyang van Forrester. Wat betekenen deze voorspellingen voor overheden en hoe kunnen zij daarop inspelen?

Volgens Owyang schuift het sociale web in de toekomst steeds meer in elkaar. Van afzonderlijke sociale websites gaan we naar gedeelde sociale ‘experiences’ op verschillende platformen die gedreven worden door portable identities.

Vijf generaties

Op dit moment zijn de sociale netwerken en communities gefragmenteerd op verschillende platformen waardoor deze als het ware zijn gevangen op dat ene platform. Die beperkingen worden in de nabije toekomst doorbroken. Owyang beschrijft vijf generaties waarin de afzonderlijke netwerken verworden in één grote brei van sociaal contact.

Generatie 1: The era of social relationships (2003 – 2007): Individuen verbonden zich in dit tijdperk via sociale netwerken door middel van eenvoudige netwerk- en profiel functionaliteiten.

Generatie 2: The era of social functionality (2007-2012): Bovenop de bestaande sociale netwerken en communities worden sociale applicaties ontworpen. Desondanks zijn mensen nog steeds ingesloten op verschillende platformen.

Generatie 3: The era of social colonization (start in 2009): In dit tijdperk, die dit jaar van start gaat, gaan mensen hun sociale identiteiten en connecties mee nemen naar andere sociale netwerken en communities. De grenzen tussen platformen worden geslecht.

Generatie 4: The era of social context (start in 2010): Doordat individuen en hun netwerken herkenbaar worden doordat zij hun identiteiten en connecties meenemen naar andere platformen, zijn deze platformen vanaf volgend jaar in staat persoonlijke ervaringen te bieden op basis van voorkeuren. Deze ontwikkeling zal zich snel doorontwikkelen in de vijfde generatie.

Generatie 5: The era of social commerce (start in 2011): Doordat platformen de voorkeuren van netwerken en individuen herkennen zal hierop worden ingespeeld door commerciële organisaties. In deze fase zullen communities daarom krachtiger worden dan corporate websites en commerce platforms en de drijvende kracht achter innovatie voor bedrijven.

In het huidige tijdperk is het nog niet mogelijk om in een keer een complete doelgroep te bereiken. Zij zijn verspreid over verschillende platformen. Daarom moeten afzenders dus ook aanwezig zijn op al deze verschillende netwerken. Naar mate het sociale netwerk landschap zich verder ontwikkeld, zal dit veranderen. De verbinding tussen consument en organisaties zal korter zijn. Consumenten zullen daardoor meer bijdragen aan de ontwikkeling van producten. Daardoor zullen de producten van deze organisaties meer zijn afgestemd op de consumenten. Een win-win-situatie.

Wat betekent dit voor de overheid?

Naar mate de sociale netwerken zich verder ontwikkelen zullen de lijnen naar die burgers en professionals korter worden en weet je wat hun voorkeuren en meningen zijn. Daardoor kun je beleid afstemmen op de wensen en suggesties van deze groepen en hen ook makkelijk uitleggen waarom sommige voorstellen wel of niet worden ingewilligd.

Maar maak niet te grote stappen! Voor nu is het belangrijk dat je als overheid er voor zorgt dat je aanwezig bent waar je doelgroep is. Je creëert zo verbinding met de burgers en met relevante netwerken van professionals op verschillende platformen. Dit is nu nog veel werk, doordat je verschillende platformen moet coördineren, maar het werpt wel zijn vruchten af. Zeker voor de toekomst.

Een schietpartij op een D66-congres? Hoe nieuws ontstaat via Twitter

Een gewone borrel van D66. Zaterdagavond 28 maart, de Europese campagne in Amsterdam wordt afgetrapt. Een tiental leden staat laat op de avond nog na te borrelen. Als een van de aanwezigen naar huis wil gaan, wordt hij tegengehouden. Op het Boerhaaveplein in Amsterdam-Oost, waar de bijeenkomst wordt gehouden, is namelijk geschoten. Het plein is afgezet en omdat het Badhuistheater midden op het plein staat, moeten de late D66-borrelaars op last van de politie binnen blijven.

Tot dit moment weinig aan de hand. Enkele aanwezigen die actief zijn op Twitter nemen echter hun telefoon ter hand en melden het nieuws aan de wereld. Aanwezigen Jeroen Mirck en Bart van Teeffelen schrijven namelijk dat er geschoten is op het Boerhaaveplein. De aanwezigen konden daarom niet weg uit het Badhuistheater. Omdat Twitter een maximum stelt van 140 tekens per bericht, verdwijnt de nuancering echter uit de berichten.

Sommige twitteraars die het bericht overnemen, maken het verhaal iets spannender. @jeanpaulh heeft het over een congres van D66, waarop geschoten zou zijn. Even later rectificeert hij deze tweet, maar het lijkt al te laat. Twitteraar @2525, pseudoniem voor internetjournalist Francisco van Jole, met 4000 volgers, heeft het ook over een schietpartij op een bijeenkomst van D66, waarop D66-prominenten aanwezig zijn. Ook hij ziet tien minuten later zijn fout in.

De website spitsnieuws.nl heeft het bericht inmiddels overgenomen. Er is volgens de website geschoten op een congres van D66, met daarbij een pontificale foto van partijleider Alexander Pechtold. Zonder berichten te checken worden deze foutieve tweets dus gepromoveerd tot nieuwsbericht. Via Twitter gaat nieuws vaak sneller dan via andere media, maar fouten liggen op de loer.

De tweets zijn overzichtelijk online gezet door Bas Paternotte.

Politieke congressen ook op afstand te volgen via Twitter

Dat microblogsite Twitter gebruikt wordt door politici om te communiceren met hun achterban was al langer bekend. Maxime Verhagen, Arend-Jan Boekesteijn en Paul Tang twitteren er lustig op los. Nu blijkt Twitter echter voor partijen ook een uitermate goede manier om de buitenwereld bij partijcongressen te betrekken.

Partijcongressen zijn normaal gesproken vooral interessant voor de mensen die deelnemen aan de discussies in de zaal. Daarvoor moet iemand echter wel een hele dag opofferen. Geïnteresseerden konden de afgelopen weken de partijcongressen van GroenLinks, D66 en de PvdA prima volgen via Twitter. Aanwezige partijleden plaatsten tweets voorzien van een tag #d66, #gleu of #pvda, waardoor de tweets gemakkelijk terug te vinden waren.

Daarbij waren op ieder congres ook enkele partijleden die de interessante momenten op film vastlegden, zodat dit ook te volgen was via internet. Op het congres van D66 interviewde Vincent Everts zelfs enkele kopstukken van de democraten die hun mening gaven over het congres.

Dat iedereen mee kan genieten van de partijcongressen leidt ertoe dat ook over en weer discussies ontstaan over de inhoud van beide congressen. Zo was er vanuit een D66-twitteraar kritiek op de speeches op het congres van GroenLinks en startte een GroenLinks-twitteraar een poll welk congres het leukste was. GroenLinks won nipt.

Waar vroeger partijcongressen een zweem van achterkamertjes hadden, lijken deze congressen steeds meer transparantie en openheid om zich heen te hebben. De inhoud van de congressen verandert niet veel, maar iedereen kan meegenieten. Het is wachten totdat vanuit de luie stoel in de woonkamer meegepraat kan worden over de partijlijn van het congres.

‘Gemeenten kennen hun burgers nauwelijks’

De Nederlandse gemeenten weten niet goed hoe de burger gebruik maakt van de gemeentelijke dienstverlening. Dit blijkt uit een onderzoek van de Universiteit Twente waar 126 gemeenten aan meewerkten. Gemeenten erkennen het belang van een goede inrichting van de dienstverleningskanalen, maar tweederde van de gemeenten heeft geen beleid geformuleerd op dit terrein. Hierdoor kunnen ze volgens de onderzoekers burgers niet goed van dienst zijn.

Uit onderzoek van de Universiteit Twente uit 2006 kwam al naar voren dat de inrichting van de overheidsdienstverlening niet overeenkomt met de behoeften van de burger. Vervolgonderzoek toont nu aan dat gemeenten een slecht beeld hebben hoe de burger gebruik maakt van de verschillende gemeentelijke dienstverleningskanalen. Hieronder verstaan de onderzoekers de manieren waarop een burger in contact kan komen met de gemeente. Denk hierbij aan internet, de baliemedewerk(st)er, telefoon en e-mail. Slechts de helft van de gemeenten blijkt bijvoorbeeld op de hoogte van het percentage burgers dat de website bezoekt.

De onderzoekers keken hoe gemeenten de verschillende dienstverleningskanalen inrichten. Hier bleek over het algemeen weinig samenhang in aanwezig. De meest opvallende uitkomst van het onderzoek is dat ruim tweederde van de gemeenten geen enkel beleid heeft op dit vlak.

Aannames
Doordat de gemeenten onvoldoende beeld hebben hoe burgers gebruik maken van hun dienstverlening of dit zou willen doen, maken ze onjuiste aannames. Veel gemeenten overschatten bijvoorbeeld het internetgebruik van de burger. Ze denken dat de burger alle informatie online kan vinden, maar dit is volgens de onderzoekers niet het geval. De gemeenten beschouwen de nieuwe dienstverleningskanalen zoals internet vaak als een vervanging van oude kanalen, terwijl ze eerder een aanvulling zouden moeten zijn. Onderzoek naar de daadwerkelijke behoeften van de burger doen gemeenten nauwelijks. Hierdoor ontstaat een kloof tussen vraag en aanbod van dienstverlening.

Vraaggericht denken
De centrale overheid wil dat gemeenten meer vraaggericht gaat denken. Dus eerder denkt ‘hoe wil de burger informatie opvragen?’, dan ‘hoe stellen wij onze informatie beschikbaar aan de burger?’. Vanaf 2015 moeten de gemeenten zelfs het voorportaal van de overheid vormen. De burger moet dan met al zijn vragen bij de gemeente aan kunnen kloppen. Volgens de onderzoekers moet de communicatie bij de gemeenten sterk geprofessionaliseerd worden voor dit mogelijk is. De onderzoekers concluderen overigens dat er geen sprake is van onwil. Ze wijten de problemen eerder aan een gebrekkige organisatiecultuur en een gebrek aan (goede) communicatie.

Bron: Universiteit Twente

Succesfactoren voor web 2.0

Het internationale organisatieadviesbureaus McKinsey&Company heeft zes kritische succesfactoren samengesteld voor web 2.0. De bestedingen voor Web 2.0 tools door bedrijven wordt geschat op 1 miljard dollar. De komende vijf jaar zal deze markt meer dan 15% per jaar groeien.

  1. Transformatie naar een bottom-up cultuur vereist hulp van de top
    Het voorbeeld van Lockheed Martin wordt gegeven waar de CIO een leidende rol heeft vervuld en blogs en wiki’s in het bedrijf groot heeft gemaakt.
  2. Gebruikers bepalen succesvol gebruik, maar voor opschaling is hulp nodig
    Los van leiderschap wordt opschaling als taak van het hogere management. Het bepalen van welke technologie is uitdrukkelijk een rol voor op de werkvloer.
  3. Integreer web 2.0 in workflows
    Web2.0 redt het niet als los project maar moet echt aansluiten op de business. Zo werden wiki’s bij Pixar pas populair toen er video werd toegevoegd.
  4. Motiveer intrinsiek. Geld als motivator kent zo zijn beperkingen
    Bedrijven zouden op zoek moeten naar meer intrinsieke motivaties zoals ego en persoonlijke behoeften.
  5. Targeting van deelnemers
    Kritieke massa en focus op specifieke groepen mensen zijn belangrijk om over na te denken. Niet elke groep is geschikt voor elke functie.
  6. Risico: balans tussen vrijheid en controle
    Succesvolle participatie gaat altijd over een authentieke dialoog met deelnemers. Te veel controledrang of angst staat succes in de weg, maar laissez-faire is zeker niet wenselijk.

(Met dank aan Dutch Cowboys voor de vertaalde zes factoren)

Maxime Verhagen in de bres voor Nederlandse blogger

Via internet wordt de wereld een stukje kleiner. Dat bleek vorige week maar weer, toen een internetondernemer uit Los Angeles in korte tijd veel internetters mobiliseerde zodat hij naar Nederland kon voor de begrafenis van zijn broer. Maxime Verhagen liet via microblogdienst Twitter weten dat hij navraag bij de Amerikaanse ambassade had gedaan. Helaas zonder het gewenste resultaat.

Op 27 januari overleed Steven Hensel, broer van Rutger Hensel. Rutger Hensel, die sinds enkele jaren in de Verenigde Staten woont op basis van een zogeheten E2-visum. Dit visum betekent dat je een substantiële bijdrage moet leveren aan de Amerikaanse economie, maar ook dat je niet zomaar de Verenigde Staten uit mag. Doe je dat toch, wordt je niet weer toegelaten tot de VS.

In de dagen na het overlijden van zijn broer liet Rutger Hensel op diverse plekken op internet weten met welk probleem hij zat. Via enkele stappen bereikte dit ook microblogdienst Twitter, waarop verschillende mensen aan minister Maxime Verhagen vroegen of hij niets voor Rutger kon doen. Volgens een tweet van de minister heeft hij daadwerkelijk bij de Amerikaanse ambassade navraag gedaan, maar kon ook een minister hier geen uitkomst bieden.

De reactie van Verhagen richting Rutger Hensel

De reactie van Verhagen richting Rutger Hensel

De casus toont de dynamiek van internet maar weer eens te meer aan. Wanneer op het internet over bepaalde onderwerpen geschreven wordt, en het wordt opgepakt door de juiste gatekeepers op het internet, kunnen ook traditionele media of soms zelfs ministers er niet onder uit, hier aandacht aan te besteden. Door een tweet of blog van een niet zo heel frequente blogger staat een dergelijk bericht kortom op de agenda.

‘In nomine Patris’ populair op internet

Sinds de lancering van het YouTube kanaal ‘The Vatican’ (This channel offers news coverage of the main activities of the Holy Father Pope Benedict XVI and of relevant Vatican events)heeft deze al meer dan 750.000 bezoekers gehad.

De woordvoerder van het Vaticaan, Jezuïet Federico Lombardi, is blij met dit resultaat. Echter komt dit hoge aantal waarschijnlijk door de buzz rondom het kanaal. Volgens het meetstation TubeMogul is het bezoekersaantal gedaald van 90.400 naar 31.500 per dag.

Maar toch, welke geloofsstroming volgt?!

Militairen krijgen eigen social network?

mindef)

Militairen tijdens landmachtdagen 2006 (bron: mindef)

Beroepsvereniging FVNO-MHB (Federatie van Nederlandse Officieren & Middelbaar en Hoger Burgerpersoneel) laat een corporate social network ontwikkelen voor Defensiepersoneel. Waarom? OM krachten en kennis te bundelen, te netwerken met oud-militairen die inmiddels een carrière in het bedrijfsleven hebben en om de arbeidsmobiliteit te ondersteunen.

De CSN (corporate social network) wordt ontwikkeld door KREM. Dit is de eerste keer dat ze een overheidsopdracht uitvoeren. Thijs Sprangers, mede-oprichter en partner van KREM:

Als je weet wat Barack Obama tijdens zijn verkiezingscampagne heeft gedaan met Facebook en andere sociale media, dan kan dat toch ook interessant zijn voor politieke partijen hier.

Het netwerk gaat eerst in een test-fase van start, met een groep van 50 gebruikers. Eerst kritische massa, dan de vaart erin, lijkt het devies. Sprangers verwacht eind mei de site open te kunnen gooien.

Bron: website KREM

Volgende Pagina »